Deze blog gaat over mijn beslommeringen. Verwondering over wat ik zie of tegenkom. Soms met ontroering, soms met ergernis. Ach ja, that's life. :-)
Zelf vind ik de stukjes over mijn ouders het belangrijkste deel. Je kunt ze hier verzameld vinden.
©2011 HannieMommers • Contact

Onderwerpen
Archief

Archive for 2008

Dringen

Reizen is geweldig. Meestal ga ik met de auto en dan begint mijn vakantie op het moment dat ik in de auto stap. Er is van alles te zien onderweg en je bent toch ‘in je eigen omgeving’.

Met het openbaar vervoer reizen vind ik altijd wat ingewikkelder. Vooral als je moet vliegen. Het scheelt al een stuk dat er tegenwoordig zoveel via het internet kan worden geregeld.
Hoewel…

Computerticket

We boeken al in november 2007 voor een reis naar Madrid met Iberia. Volgens de informatie kun je een dag van te voren via de site inchecken, dat scheelt een-uur-later-zijn op het vliegveld. Er zijn 4 stappen, ik kom niet voorbij de eerste stap. Wel is er een 0900-nummer, in Nederland en met een Nederlandse meneer die erg behulpzaam is, dus dat valt weer mee. Hij weet mij te melden dat het systeem onze voornamen als achternamen heeft gezien, dus kom ik al weer een stap verder. Daar stokt het opnieuw. De opnieuw aardige meneer meldt mij, dat nu de namen van het ticket en de creditkaard niet overeen komen, dus de ‘computah sez noh’.
Tuurlijk.

“Ik eerst, ik eerst”.

luggagebeltWil de computer al moeilijk doen, wat te denken van de medereizigers? Behalve bij RyanAir heeft elke passagier een instapkaart met een stoelnummer. Toch krijgen weinig passagiers het voor elkaar om rustig aan te doen als het grondpersoneel eenmaal is gearriveerd. Bijna iedereen wil zo snel mogelijk het vliegtuig in. Eenmaal binnen is de haast over. Wat kan het schelen dat er nog meer mensen in moeten, míjn tas moet bovenin en míjn jas. “Ga uit dat gangpad!!”

Als het vliegtuig naar de eindbestemming taxiet, vraagt de purser om te blijven zitten tot het riemen-vast-lichtje uit is. Ik blijf ook liever zitten, dan half onder de bagageboxen gekruld te staan. Maar ik ben dan ook een rugpatiënt.

Ook bij de bagageband blijf ik me verbazen. Een grote kring er rondomheen zou iedereen overzicht geven én tijd om erbij te komen als je felbegeerde koffer er aan komt. Ach ja.

Misschien is het wel zo: het lichaam kan snel reizen, maar de hersencellen hebben gewoon hun tijd nodig om te arriveren. ;-)

Computah sez yeah

Rest mij op te merken, dat een computer wél leert. Op de terugreis herkent hij ons van de vorige keer. Inchecken via internet is nu een fluitje van een cent. Geweldig! Ik kan zelf de stoelen uitzoeken. Het enige dat ik nog moet doen, is de bagage afgeven. Reizen kan wel leuk zijn. En op deze manier is althans een deel daarvan erg vlot geklaard.

Mutsen

Jenny en ik zijn met zijn tweeën op reis in de bus naar Toledo. Als ik met mijn man reis, is dat gewoonlijk met de auto, dus een bus is wennen. Je moet op tijd bij de halte zijn, je moet plannen, zodat je de laatste bus niet mist etc. Daar zitten we samen over te filosoferen en te meuten. En ik raak lichtelijk van slag van Jenny’s opmerking, dat het toch leuk is om dan te ‘ervaren hoe mensen reizen’.

Oh oh, ben ik geen mens?

Geheugensteuntje

Wat is geheugen toch een raar fenomeen. Nu woon ik alweer 6 jaar in Ulvenhout, dus je zou zeggen dat ik na 5 keer onderhand zou weten hoe het gaat hier op Hemelvaartsdag. Maar nee hoor, ik werd weer verbaasd wakker om 6 uur vanochtend vroeg van de drumband. Que? O ja, het dauwtrappen naar Meerseldreef! Ieder ander dorp kent Luilak met de Pinksteren, maar hier gebeurt het altijd op Hemelvaartsdag.

Ik draaide me nog maar eens om en heb me – voor ik weer in slaap viel – opnieuw voorgenomen en er volgend jaar echt, echt op te rekenen.

Piekeren

Vandaag is een dag om te piekeren. Vanochtend een uur gelopen in het bos, wat natuurlijk heerlijk was. Maar halverwege parkeert er een auto. Een man stapt uit, doet de achterklep open, en twee honden rennen enthousiast de auto uit en het bos in. Intussen heel hard blaffend. Waarop die man tegen die arme beesten krijst: “Doe normaal, joh!! Hé, doe normaal, zeg ik!”

Dus nu zit ik al de hele tijd te piekeren. Wat zou nu normaal gedrag zijn voor honden? Miauwen? Fluiten? Knorren?
Ik kom er niet uit.

Keystone Cops

Van jonsaf aan ben ik een liefhebber van politieseries op de televisie. Nu is het Lewis of Dalziel & Pascoe, maar vroeger waren de Keystone Cops mijn favorieten. Zij waren er een ster in om de boel fout te laten lopen.

Mijn vriendin vertelde gisteren dat er bij hen in de buurt een wietkwekerij is opgerold. Ik hoefde niet veel moeite te doen om het verhaal helemaal in mijn hoofd te zien gebeuren: “Vier agenten komen aangereden. Eentje blijft er in de auto zitten, want ze staan op een plek waar niet mag worden geparkeerd. Drie gaan naar de voordeur, maar op hun bellen wordt niet opengedaan. Dus gaan ze alledrie (!) achterom. Wat denk je dat er aan de voorkant gebeurt??”
En ik maar denken dat die politieseries niet op waarheid berusten. :-)

Zie ook hier

Overigens, ere wie ere toekomt: degene die aan de voorkant in zijn auto was blijven zitten, heeft er nog eentje in zijn kraag kunnen vatten

Cowboy

Ik heb een hekel aan SUV’s. Ik vind ze te groot, te milieuonvriendelijk en meestal staan de bestuurders me niet aan. Dit weekend zag ik op de weg de ene man de andere dwars zitten door steeds op zijn rem te gaan staan. Bloedlink. De voorste auto was een SUV, de achterste was zo wijs uiteindelijk ook maar op zijn rem te gaan staan en flink afstand te nemen.

Wat is dat toch met mannen en auto’s. Vaak denk ik dat hun auto een vervanging is voor het paard, dat ze vroeger hadden. Of nog erger, een vervanging voor het pistool dat ze eigenlijk willen.
De bestuurder van de voorste auto bleek een heel klein mannetje te zijn. Daar heb ik ook nog een theorie over, over kleine mannen en grote auto’s, maar die ga ik hier niet uit de doeken doen. :-)

What’s in a name

Nemen jonge vrouwen tegenwoordig nog altijd de naam van hun man aan als ze trouwen, of houden ze hun eigen naam? Ik heb geen idee. Ik weet alleen dat ik nog altijd op tilt sla als men naar mijn ‘meisjesnaam’ vraagt.

Ziekenhuis

Het knippen van amandelen op latere leeftijd, daarmee bedoelend niet in je jeugd, is een pijnlijke aangelegenheid. Flink ziek lag ik in mijn bed bij te komen, toen een verpleegster haar administratie op orde wilde maken. Na de vraag naar je naam, komt altijd de vraag of je getrouwd bent. En als je daar ja op antwoordt, is altijd de volgende vraag wat je meisjesnaam is. Moeizaam kreunde ik, dat ik die net had gezegd, waarna ze natuurlijk vroeg hoe mijn man dan heette. Weinig alert gaf ik ook op die vraag antwoord. De rest van die week ben ik niet meer met mijn eigen naam aangesproken. Protesteren mocht niet baten.

Administratie

Opnieuw pijnlijk, maar dit keer voor degenen die achter mij in de rij stonden, was het voorval enkele maanden later. Ik moest bij de balie een nieuw plaatje halen. Wijs geworden weigerde ik antwoord te geven op de vraag naar mijn man’s naam. Het arme wicht aan de andere kant werd er helemaal zenuwachtig van. Ze moest het echt weten. “Nee, hoor”, onderwees ik, “het dragen van de naam van je man is een recht, geen plicht”. Flink aandringen en een groeiende rij achter me hadden niet het gewenste effect, waarna ze haar baas erbij haalde. Die haalde uiteindelijk bakzeil en ik had het pleit gewonnen.

Wie is er nu dwars?

Maar vreemd genoeg blijft het zo, dat sommige mensen die mij onder mijn eigen naam kennen, hun post aan mij anders adresseren als ze eenmaal de naam van mijn man kennen. Snap je dat nou?

Ik kom zo bij u (2)

Ook opvallend is, dat bedrijven potientiële klanten met alle égards behandelen, maar ben je eenmaal klant, dan doe je er niet meer toe.

Het bekendste is dat natuurlijk bij de boekenclubs. Je mag 5 nieuwe boeken uitzoeken als je klant wordt. Bij sommige clubs is het al wel iets veranderd de laatste jaren, zodat je korting krijgt als je al langer lid bent. Maar het loont de moeite om eens uit te rekenen of je niet beter elk jaar even op kunt zeggen.
Pasgeleden heb ik me geabonneerd op beursinformatie. En geloof me, dat is een dure aangelegenheid. Op de site wordt beloofd, dat je ten alle tijden contact kunt hebben met de medewerkers. En de contacten die ik had vóór ik abonnee werd, waren veelvuldig en veelbelovend. Maar nu we 3 maanden verder zijn, blijkt dat de meeste van mijn email-vragen niet worden beantwoord. De signalen komen keurig binnen, maar zijn verder niet te traceren. Uitleg over het waarom van transacties is er niet.

Vanmiddag hoorde ik iemand bij RTL-Z zeggen dat klanten van een bank alleen maar hun voeten hebben als invloed. Het heeft even geduurd voor ik snapte wat daarmee werd bedoeld. In eerste instantie zag ik stampvoetende klanten voor de balie staan. :-)

Maar nu weet ik het: je kunt als klant ook weglopen. Maar eigenlijk is het natuurlijk heel triest, dat je alleen dat als middel hebt.

Bol verzoek

Bij bol.com heb ik wat boeken en dvd’s en een tweedehands boek gekocht. Zo’n boek wordt via een andere boekhandelaar opgestuurd en ik heb het de volgende dag al in huis. De rest van de bestelling blijft nog een paar dagen onderweg.

Evaluatie

Na een week krijg ik een evaluatieverzoek over de tweedehandsboekhandelaar Wouter Waagmeester. Als ik niet tevreden ben over een bedrijf, ga ik ze dat soort gratis tips niet geven, maar als ik tevreden ben, wil ik die moeite wel nemen. De evaluatie bestaat uit drie multiple choice vragen en een open vraag over plus- en minpunten. Bij “pluspunten” vul ik in dat Waagmeester zelfs sneller is dan bol.com :-) . De smiley heb ik toegevoegd om aan te geven, dat het niet vervelend bedoeld is. Maar als ik op de knop ‘verzenden’ druk, krijg ik een melding dat mijn evaluatie niet wordt doorgestuurd, omdat kwetsend of onheus taalgebruik niet wordt geaccepteerd. Nou vráág ik je!!

Blijkbaar was ik echt in een bui, dat ik mijn mening wilde laten weten. Dus via de site – de meeste grote bedrijven hebben niet meer een gewoon email-adres waar je naar kunt mailen, maar willen dat je een formulier via de site invult – heb ik gemeld, dat ze mij niet om feedback moeten vragen, als ze niet willen horen dat een ander bedrijf sneller is.

Antwoord

evaluatieformulierVervolgens komt er een antwoord, dat in ieder geval geen antwoord op mijn opmerking is:
“Wanneer u een evaluatie invoert dan dient deze aan een aantal voorwaarden te voldoen.
- De minimale lengte van een evaluatie is langer dan één woord.
- De maximale lengte is 4.000 karakters.
- Godslastering, obsceniteiten, grove opmerkingen of kwetsend commentaar zijn niet toegestaan.
- U mag geen HTML codes of links naar andere sites vermelden.
- U mag niet driemaal hetzelfde karakter achter elkaar gebruiken in de tekst, dus ook niet meer dan twee uitroeptekens, vraagtekens of andere leestekens. Een smiley wordt ook niet geaccepteerd.
- U dient waardering geven in de vorm van een aantal sterren: 1,2,3,4 of 5.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.”

Serieuze klanten

Vooral die laatste zin is briljant. Alsof ik daar echt op zit te wachten.
En uiteraard kwam er na een week nog een mail met een herinneringsverzoek om de evaluatie in te vullen, want je neemt je klanten serieus of je doet dat niet.

Dus, meneer Waagmeester, ik doe het maar ff zo: ik was erg tevreden over uw zending. Het zag er goed uit en het was er erg snel. :-)

Paarse krokodil

“Streetlevel bureaucracy” noemt mijn man het. Er moet een monster worden onderzocht en of ik dat zelf even wil afgeven bij de balie in de hal van het ziekenhuis. Omdat het al laat op de middag is, zit er niemand meer in de wachtruimte. Dus meen ik meteen spijkers met koppen te kunnen slaan en het spul bij de balie af te geven. Fout! De driftig typende dame draagt mij om eerst een nummertje te trekken. Op dat apparaat zitten 4 knoppen, waar je een keuze uit moet maken en mijn man en ik overleggen welke keuze de juiste is, want mijn monster staat er niet bij. ‘Knop 3′ wordt er geroepen. Met nummertje en monster weer naar de balie. Opnieuw fout! ‘Neemt u maar even plaats’. Na 5 minuten, waarin het gehamer op het toetsenbord af en toe wordt onderbroken voor geklets met voorbijlopende collega’s, verwaardigt de dame zich op het knopje te duwen voor het nummertje. ‘Zoem, 110′. Wij zijn inmiddels verdiept in de tekenfilm. Als ik eindelijk doorheb, dat het zoemertje voor mij is, geef ik mijn spullen af en wil weglopen. Te snel! Netjes terugkomen en vertellen of ik wel degene ben, die op het papiertje staat.

Wat ik me nu vooral afvraag: hoe weet zij dat ik het zeker ben? Is ‘ja’ dan echt wel voldoende?